Letselonderzoek voetballers, fietsongevallen en vuurwerk
26 januari
|
Letselonderzoek voetballers, fietsongevallen en
vuurwerk
|
|
 |
|
Recentelijk zijn een drietal onderzoeken verschenen
met betrekking tot letselschades. Het betreft onderzoeken naar
blessures bij voetballers, hoofdletsel bij kinderen als gevolg van
fietsongevallen en letselschades naar aanleiding van ongevallen met
vuurwerk rond de jaarwisseling. Bij alle drie de onderzoeken is de
Stichting Consument betrokken en in bij de twee eerstgenoemde ook
het UMC Utrecht.
Uit eerstgenoemd onderzoek, waarbij 20 voetbalteams in de eerste
klasse van het amateurvoetbal intensief zijn gevolgd, komt naar
voren dat jaarlijks 620.000 veldvoetballers een blessure oplopen,
hetgeen neerkomt op zes van de tien spelers. Vooral enkels (27%) en
knieën (22%) moeten het ontgelden en in mindere mate hamstrings.
Vallen, waaronder verzwikken of verstappen en lichamelijk contact
(trappen en schoppen) zijn belangrijke oorzaken van
voetbalblessures die op een spoedeisende hulpafdeling worden
behandeld. De helft van de geblesseerden is tussen de 10 en 20 jaar
oud. Van de getroffen volwassenen raakt 5% dermate geblesseerd dat
men gemiddeld vijf werkdagen niet kan werken. Om deze
voetbalblessures aan te pakken ontwikkelde Consument en Veiligheid
samen met de KNVB het Trainingsprogramma Voetbal Blessure Vrij dat
oefeningen bevat die naar verwachting 30% van de blessures helpt te
voorkomen.
Hoofdletsel kinderen
In de periode 2006-2010 vonden jaarlijks naar schatting 2.000
ziekenhuisopnamen plaats bij jonge verkeersslachtoffertjes tot en
met 12 jaar. Ruim de helft van deze kinderen kreeg het ongeval met
de fiets. Het meest opvallend zijn de stijgingen in de leeftijden
dat kinderen leren fietsen en met de fiets naar school gaan,
respectievelijk 34% (0-4 jarigen) en 35% (9-12 jarigen). Kinderen
worden het vaakst in het ziekenhuis opgenomen in verband met letsel
aan hoofd of hals, zoals een hersenschudding (20%) en ander
schedel/ hersenletsel (13%).Ook bij de jaarlijks 20 verkeersdoden
in deze leeftijdsgroep zijn fietsongevallen in de meerderheid
geweest, hoewel het aantal dodelijke ongevallen in deze periode met
bijna een derde daalde. De helft van de kinderen is overleden aan
traumatisch hersenletsel. De spoedeisende hulpafdelingen van
ziekenhuizen behandelden in deze periode jaarlijks 17.000 kinderen
tot en met 12 jaar na een verkeersongeval. Hiervan zaten er 14.000
op de fiets, 1.100 van hen was voetganger en 950 kinderen werden
tijdens het ongeval vervoerd in de auto. Eenzijdige
fietsongevallen, waarbij geen andere verkeersdeelnemer is
betrokken, zijn goed voor 81% van het aantal fietsongevallen. Ook
hier loopt één op de vijf slachtoffertjes letsel op aan hoofd en
hals.
Rond de jaarwisseling, in de periode 24 december tot en met 3
januari, zijn 670 vuurwerkslachtoffers behandeld op een
Spoedeisende Hulpafdeling (SEH) van een ziekenhuis. Dat is 5%
minder dan bij de vorige jaarwisseling. Bovendien zijn deze
jaarwisseling geen doden te betreuren en zijn minder slachtoffers
met ernstig vuurwerkletsel in een ziekenhuis opgenomen. In vier
jaar tijd is het aantal in ziekenhuizen behandelde
vuurwerkslachtoffers gedaald met 40%. Van de vuurwerkslachtoffers
is 14% in een ziekenhuis opgenomen; circa 30% liep oogletsel op en
22% letsel aan het gezicht. De meeste vuurwerkslachtoffers (58%)
zijn in de leeftijd van 10-30 jaar. Van iets minder dan de helft
van de slachtoffers is bekend dat zij geraakt zijn door andermans
vuurwerk. Van circa één op de vijf slachtoffers is bekend dat zwaar
professioneel vuurwerk en zelfgemaakte vuurwerkbommen het letsel
hebben veroorzaakt. Om de veiligheid rond de vuurwerktraditie te
verbeteren, adviseert Consument en Veiligheid de aanpak van dit
jaar te continueren.
Inmiddels heeft het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap gemeld dat
tijdens de jaarwisseling 21 mensen als gevolg van vuurwerk blind
zijn geworden aan één oog. Dat zijn er vijf meer dan tijdens de
vorige jaarwisseling. Bij negen personen moest het oog zelfs worden
verwijderd. Het NOG meldt voorts dat 207 personen moesten worden
behandeld met oogletsel. Meer dan de helft van de slachtoffers had
het vuurwerk niet aangestoken, maar was toeschouwer.
|
|
Bron : Expertise Magazine