17 oktober
Smartengeld; een bespiegeling en een
hernieuwde poging tot normering.
Smartengeld is een vergoeding voor gederfde levensvreugd,
bij letselschade. Ook wel eens ietwat ordinair de smeerolie van het
schaderegelen genoemd.
1n 1992 werd fl. 300.000,00 (€ 136.134,00) smartengeld
toegewezen aan een man die in het AMC een HIV besmetting had
opgelopen door een vuile injectienaald. (HR 8 juli 1992; NJ 1992,
714). Het bracht bij verzekeraars een schokeffect teweeg. De norm
tot aan bedoeld arrest lag immers tientallen procenten lager. Menig
verzekeraar hield zijn hart vast voor de verdere ontwikkelingen.
Vooral ook tegen de achtergrond van de nog maar korte
levensverwachting (in die tijd), van het ongelukkige slachtoffer,
als je het smartengeld al wilt terugrekenen naar een bedrag per
dag.
Sinds 1992 heeft het smartengeld geen enkele ontwikkeling
doorgemaakt. Nog steeds, al meer dan 18 jaar is € 136.134,00 de
norm, althans de bovengrens waarvan ook alle lagere bedragen bij
minder ernstig letsel zijn afgeleid.
Kennelijk is de druk naar beneden zo hevig (rechterlijke macht,
verzekeraars, politiek?) dat het smartengeld als het ware wordt
gegijzeld met de gedachte dat geld niet gelukkig maakt. Natuurlijk,
een smartengeldbedrag neemt de ellende van het slachtoffer niet
weg, ook niet als we het verviervoudigen. Toch vinden we het
met elkaar wel redelijk dat tegenover toegebracht leed een
financiële compensatie staat. Hoe hoog moet die compensatie dan
zijn? Een pasklaar antwoord bestaat waarschijnlijk niet, maar je
kunt daarover wel afspraken maken met elkaar. € 135.000,00
smartengeld bij een hoge dwarslaesie wordt in vrijwel de hele
letselschademarkt als relatief schamel ervaren.
De kijk op letselschaderegeling is aan het wijzigen. Denk aan de
invloed van de Code van Tilburg (of was u dat al weer vergeten?),
de Letselschaderaad (met zijn genormeerde aanbevelingen), het
PIV-bgk-convenant, brancheorganisaties en keurmerken. Gerenommeerde
sprekers op symposia trachten een lans te breken om niet achter te
blijven bij de ons omringende landen. Alles en iedereen is in
beweging, lijkt het; de hoogte van het smartengeld
daarentegen blijft onaangeroerd als ware het besmettelijk.
Wat betaalden we in 1992 voor een kop koffie? En aan
verzekeringspremie? We kunnen ons laten leiden door de
consumentencijfers van het CBS:
Prijs index 1992; 1.752
Prijs index 2009; 2.512
Projecteren we deze cijfers op het smartengeld, dan zou de
bovengrens naar de huidige normen tegen de € 200.000,00 hebben
moeten zijn. Daarvan afgeleid zouden ook de bedragen eronder een
opwaartse druk hebben moeten ondergaan. In de ANWB Smartengeldgids
worden de bedragen keurig met de inflatie opgehoogd, maar in de
praktijk van alle dag is daar niets van te merken. Iedereen
redeneert toch vanuit die klaarblijkelijk onaantastbare
bovengrens.
l'Histoire se répète. Er komt een moment waarop de opgebouwde
spanning (van de druk naar beneden) tot uitbarsting komt. Dat lijkt
onvermijdelijk. En dan is het weer schrikken geblazen, net als in
1992. Waarom zouden we daarop wachten? Waarom niet op zijn minst
bewerkstelligen dat de hoogte van het smartengeld gelijke tred
houdt met de inflatie?
We kunnen ook een andere zelf geplaveide weg bewandelen. In het
grijze verleden is een poging ondernomen om het smartengeld te
normeren. Er verscheen een op zich handzame formule die al snel in
de kiem werd gesmoord. Oorzaak? Het kwam uit verdachte hoek
(verzekeraars), het was te simpel en, vooral, te zuinig. De
gedachte erachter was echter zo gek nog niet. Zet de elementen die
de hoogte van het smartengeld bepalen op een rij, koppel er
bedragen aan en voilà het smartengeld is genormeerd. Maar dan moet
er wel consensus bestaan. Marktpartijen moeten aan tafel. Want er
valt natuurlijk wel het een en ander te bespreken.
Tegen normering hoeft naar mijn mening geen bezwaar te bestaan.
In feite doen we dat nu ook. We kijken immers naar een vast aantal
gegevens, gedomineerd door de mate van invaliditeit, maar telkens
teruggeredeneerd, het zij herhaald, vanuit het in de jurisprudentie
bepaalde plafond. Desondanks levert het elke keer weer discussie
op, omdat de hoogte van het smartengeld in de letselschadepraktijk
niet slechts afhankelijk is van een deskundig oordeel gebaseerd op
een zorgvuldige kennis van de jurisprudentie, maar ook van het
humeur van degene die het dossier onder zich heeft. Met de een
regel je nu eenmaal soepeler dan de ander, waarbij ook de
"smeeroliefunctie" zijn rol vervult.
Waarom zouden we - verzekeraars en belangenbehartigers - niet
een poging wagen? Een normering van het smartengeld op basis van
een formule, waarbij we dan ook oog moeten hebben voor de
opgetreden inflatie en de veranderende kijk op het afwikkelen van
letselzaken? Het kan vrij eenvoudig omdat we maar een paar
ingrediënten nodig hebben:
1 het aantal dagen
ziekenhuis, revalidatiecentrum of verpleeghuis
2 het aantal dagen
arbeidsongeschiktheid (of uitschakeling in het adl)
3 de mate van
blijvende invaliditeit
4 een norm voor letsel
zonder blijvende invaliditeit
5 de looptijd van de
schadeprocedure
Lastiger en wellicht meer vatbaar voor discussie zijn de
gekoppelde bedragen.
Graag confronteer ik u met een voorzet daartoe; een formule op
basis van de vermelde, vertrouwde criteria, die min of meer
van zelf spreken. Nieuw in dit kader is de looptijd van de
schadeprocedure, die immers ook een belasting voor het slachtoffer
vormt. Het zou ook gezien kunnen worden als een stok achter de deur
om snel en efficiënt te regelen. Dat is in het belang van alle
partijen. Welke normering we ook bedenken, het stadium van
volmaaktheid zullen we niet bereiken. Altijd zullen zich zaken
aandienen die als onredelijk worden ervaren, althans zo lang we
blijven vergelijken met de huidige systematiek. Misschien moet er
ook wel een geschillencommissie komen.
Er valt ongetwijfeld nog veel te zeggen over de te
hanteren uitgangspunten en bedragen en ook zullen de kaders van de
uitgangspunten nog beschreven moeten worden, maar ik zou u,
verzekeraars en belangenbehartigers, graag uitnodigen om de door
mij vervaardigde formule eens uit te proberen. Het is als eenvoudig
Excel-bestand bijgevoegd. Wel eerst even opslaan in Excel, waarna u
naar hartenlust kunt experimenteren. De mogelijkheden zijn
legio. Wellicht leidt het er toe, verzekeraars en
belangenbehartigers, dat we daarover eens aan tafel kunnen.
De input van een ieder, die ik graag inventariseer, kan dan
meegewogen worden.
Oh ja, tot slot. Als we dan toch met elkaar een nieuwe weg
inslaan zullen we dan ook de "n" weer uit smartengeld verwijderen?
Of misschien moeten we wel een nieuwe naam bedenken.
Coen Tijbout
Coen Tijbout werkte 20 jaar bij een verzekeraar en
is sinds 1992 directeur van EXPERTISE- EN SCHADEREGELINGSBUREAU
TIJBOUT B.V. te Zaandam en Almere, optredende voor
slachtoffers.
Smartengeldformule in excel
/media/14146/smartengeldformule.xls
N.B. Krijgt u wel deze tekst onder ogen maar niet de bijlage,
mailt u dan naar ctijbout@tijbout-letselschade.nl of
info@nisletsel.nl.