01 maart
QUITTE OF
DUBBEL
De uitzending van Radar op 11 januari 2010 heeft al de nodige
stof doen opwaaien. Waar rook is, is vuur zeggen ze. Overigens kan
vuur ook een zuiverende werking hebben; wat hier wel eens het geval
kunnen zijn, maar dat terzijde.
Waar het mij in deze column om gaat is dat het wederom duidelijk
is geworden dat twee zogenoemde rechtsbetrekkingen (met hun eigen
geldstromen) vaak door elkaar gehaald worden. Dan doel ik op
enerzijds op de rechtsbetrekking tussen het slachtoffer en zijn
belangenbehartiger, waarbij opdracht wordt gegeven de schade te
regelen tegen een afgesproken honorarium (hetzij uurtje/factuurtje,
hetzij via een no cure no pay constructie). Anderzijds is er de
rechtsbetrekking tussen het slachtoffer en de aansprakelijke partij
over de door de laatste te vergoeden schade, waaronder de post
buitengerechtelijke kosten (BGK). Daarbij is het scharnierpunt de
dubbele redelijkheidstoets van art. 6:96 BW.
Het lukt echter niet altijd dit onderscheid consequent vol te
houden. Zelfs niet bij onze minister van Justitie, waar hij in zijn
beantwoording van de Kamervragen (vraag 7) van mevrouw Gerkens
stelt: "Ik heb het Verbond verzocht ook te onderzoeken of het
mogelijk is om een derdenbeding op te nemen in convenanten,
inhoudende dat, indien de buitengerechtelijke kosten overeenkomstig
het convenant worden vergoed, de belangenbehartiger geen
buitengerechtelijke kosten van het slachtoffer meer kan
vorderen".
Dit klopt dus niet: een belangenbehartiger kan per definitie
geen BGK vorderen van het slachtoffer, maar alleen zijn honorarium
of althans dat deel van het honorarium dat niet door de BGK wordt
gecompenseerd.
Nu lijkt dit allemaal een wat theoretische of zelf semantische
discussie. Het zet echter wél de afspraken met Pals in een verkeerd
daglicht. Het gaat hier niet om - al dan niet geheime - afspraken
tussen verzekeraars en Pals over zijn honorarium, maar om een
afspraak over de normering van een schadepost van het
slachtoffer.
De meest extreme situatie is - en het komt helaas voor! - dat de
belangenbehartiger zowel zijn afgesproken honorarium/percentage
'vangt', alsook de voor het slachtoffer bestemde vergoeding voor
BGK volledig in zijn zak steekt. Dubbel declareren heet dat en ik
ben geen strafrechtdeskundige, maar dit kan toch niet ver afliggen
van delictomschrijvingen als oplichting en /of verduistering.
De meest ideale situatie is natuurlijk dat de (financiële)
omvang van het honorarium en de BGK gelijk zijn. Dit wordt onder
meer bereikt wanneer de verzekeraar de nota van de
belangenbehartiger volledig vergoedt (ook dat komt geregeld voor,
hoewel Bureau Pals anders doet vermoeden), dan wel in het andere
geval indien de belangenbehartiger het verschil laat zitten (wat
eveneens voorkomt).
Ook de PIV-staffel beoogt te bereiken dat deze financiële
geldstromen samenvallen, wat betekent dat het slachtoffer dan per
definitie 100% van zijn schade krijgt vergoed.
Gelukkig maken steeds meer belangenbehartigers gebruik van de
PIV-staffel; daarbij is deze ook niet geheim: het staat gewoon op
de site van het PIV (met naam en toenaam).
Het is dus niet alleen maar kommer en kwel wanneer het gaat om
de BGK; dat mag ook wel eens gezegd worden.
Theo Kremer
Directeur
PIV
