10 april
Het is momenteel spannend in letselschadeland, om een aantal
redenen. In de eerste plaats heeft de uitzending van Tros Radar
veel losgemaakt. Kwalijke praktijken zijn benoemd en de uitzending
heeft gezorgd voor actie en reactie. Daarnaast vinden er veel
baanbrekende projecten plaats, met toegevoegde waarde voor het
slachtoffer. Maar het is onzeker of deze projecten het gaan halen.
Dat baart zorgen, met name omdat er al een hele tijd te weinig
centrale sturing in de markt plaatsvindt en er op marktniveau geen
duidelijke toekomstvisie wordt uitgedragen.
Kwalijke praktijken
In de afgelopen jaren groeide bij Slachtofferhulp Nederland het
besef dat kwalijke praktijken, zoals onnodige en/of excessieve no
cure no pay-contracten, dubbel declareren en handel in dossiers
moeten worden aangepakt. Eerste stap hiertoe was de vorming van een
witte lijst in de vorm van een keurmerk. Dit initiatief kwam uit de
markt en is door zowel Slachtofferhulp Nederland als Stichting De
Ombudsman ondersteund. Slachtofferhulp heeft z'n verwijsbeleid op
het keurmerk afgestemd. Inmiddels zijn 102 van de 190
letselschadekantoren, zowel advocaten als register-experts,
aangesloten. Dat is een goede ontwikkeling. Het keurmerk is
momenteel bezig zich verder te professionaliseren.
Maar daarmee zijn we er nog niet. Want onder de denkbeeldige
keurmerkstreep vinden nog steeds kwalijke praktijken plaats. En
deze organisaties weten het spel van acquisitie van slachtoffers
goed te spelen. Via internet of via massaal verspreide folders bij
huisartsen en apotheken weten zogenaamde procesfinanciers veel
cliënten binnen te halen en uit te zetten bij samenwerkende
rechtshulpverleners. Voor veel van deze cliënten is no cure no pay
de duurste en voor hen financieel meest nadelige honoreringsvorm,
omdat concrete en reële problemen rond aansprakelijkheid of
causaliteit niet zichtbaar zijn. Voor rechtshulpverleners is no
cure no pay vaak juist de meest lucratieve honoreringsvorm. Neem
daarbij de verleiding om de gedeclareerde kosten geheel of
gedeeltelijk in eigen zak te houden en het kwaad is in volle omvang
geschied.
Binnen De Letselschade Raad startte al in september 2009, dus
ruim voor de beruchte Radar-uitzending, mede op initiatief van
Slachtofferhulp Nederland een project om kwalijke praktijken
integraal aan te gaan pakken. Het brede draagvlak om dit te doen
wijst erop dat de tijd rijp is. De misstanden zijn niet langer iets
waarvan we weten dat het voor komt en waar we op gepaste afstand
met elkaar over praten. We hebben er allemaal last van. En daarom
gaan we er samen iets aan doen. Alle marktorganisaties, zowel
verzekeraars, rechtshulpverleners als slachtofferorganisaties,
ondernemen actie. De politiek niet, maar dat is niet verrassend. De
verwerping van het wetsvoorstel affectieschade in de Eerste Kamer
laat eens te meer zien dat we het op dit punt niet van Den Haag
moeten hebben. We zullen het als markt zelf moeten oplossen.
Obama's slogan kan ook hier van toepassing zijn: Yes we can. De
strijd tegen misstanden werpt nu al z'n vruchten af. Een aantal
organisaties heeft z'n beleid al gewijzigd. Dat is een hoopvolle
tussenstand. Andere organisaties voelen dat de duimschroeven worden
aangedraaid en zullen vroeg of laat ook moeten reageren.
Innovatie
Tegenover dit enthousiasme is ook zorg op z'n plaats. De
Letselschade Raad, de enige erkende koepelorganisatie in de
letselschademarkt, is al maanden op zoek naar een geschikte
voorman. Sinds het aftreden van de directeur is het relatief
stil.
Dat is ernstig omdat dit het tijdperk is van de innovatie. Op
het gebied van de vernieuwende schaderegelingsconcepten hebben we
pilots om het gebied van CARE, Case-management, cliëntgericht
schaderegelen en een alternatieve vorm van het behandelen van
whiplashschades. Op digitaal gebied hebben we nieuwe
onderhandelingsmethodes en slachtofferempowermentvoorstellen. Op
processueel gebied is er de Gedragscode Behandeling Letselschade.
Al deze belangwekkende projecten dreigen momenteel te worden geplet
tussen verschillende marktbelangen, tegen de achtergrond van
pilotmoeheid in combinatie met sobere economische
weersomstandigheden. Het meest ernstige resultaat zou zijn dat de
projecten stranden, de markt terug bij af is en de creatieve mensen
uit de markt beschadigd en/of failliet. De Letselschade Raad
vervult op marktniveau een sleutelrol. Die organisatie dient een
duidelijke toekomstvisie te schetsen en die overtuigend en in
heldere taal in de markt te zetten. Er ligt weliswaar een
strategisch plan, maar ik ben kritisch op een aantal punten.
Waar willen we als markt zijn over 5 jaar? Wat zijn de
speerpunten om daar te komen? Bij de beantwoording van deze vragen
dient De Letselschade Raad leidend te zijn en de achterbannen
nadrukkelijk te betrekken. Vervolgens dient De Letselschade Raad
hierin een sturende en faciliterende rol vervullen. Deze
belangrijke rol wordt momenteel mijns inziens onvoldoende vervuld.
Het is daarom noodzakelijk dat de vacature van algemeen secretaris
snel wordt ingevuld, anders staan belangrijke zaken te lang
stil.
Het zijn spannende tijden in letselschadeland. Er zijn redenen
voor enthousiasme en redenen tot zorg. En er is voor organisaties
als Slachtofferhulp Nederland en ook voor het NIS, nog genoeg te
doen.
Martijn van Driel
Slachtofferhulp Nederland