Fred Zwarts
23 augustus
Waar gaan we naar toe?
De vakantieperiode is achter de rug en het "gewone" leven keert
terug. Tijd om eens, voor zover dat niet al in de vakantie is
gebeurd, na te denken over de vraag waar het in "letselland"
naartoe gaat.
Elk mens is uniek wat niet alleen van toepassing is op
schaderegelaars maar zeker ook op slachtoffers en opdrachtgevers.
Maatwerk lijkt het antwoord maar de realiteit is dat verzekeraars
veelal, door de omvang van de dossierstroom, daartoe niet in staat
(kunnen) zijn.
Er zijn een aantal maatschappelijke ontwikkelingen te bespeuren
die zeker de moeite waard zijn om over na te denken. Economische
teruggang, roep om bezuinigingen in de politiek e.d.
Financieel is het ronduit slecht gegaan met een groot aantal
verzekeraars en harde ingrepen zijn nodig geweest. Naast de interne
kosten is de schadelast een factor van belang. Het werk van de
schaderegelaar is direct van invloed op de schadelast. Als de
directie van een willekeurige verzekeraar besluit dat de
personeelskosten naar beneden moet dan heeft dit meestal ook
gevolgen voor de letselschadeafdeling. Er moet efficiënter gewerkt
worden met als doel met minder mensen evenveel werk te verzetten.
Andere verzekeraars moeten uit concurrentie overwegingen ook mee.
De chefs van de letselschadeafdelingen van verzekeraars weten daar
alles van. Het kan niet anders dan dat dit effecten heeft op de
kwaliteit van de schaderegeling.
In mijn waarneming bestaat de neiging bij verzekeraars en/of de
door hen ingeschakelde bureaus de wetgeving en de jurisprudentie
steeds strikter toe te passen. (Te) Simpel gezegd, geen bewijs geen
schadevergoeding. Dit heeft bij belangenbehartigers een
tegengesteld effect waardoor de behandelkosten alsnog oplopen
ondanks dat de directe schade-uitkering aan het slachtoffer
wellicht lager is. Ofwel, er lijkt sprake van een zekere verharding
over en weer.
De hardliners (over en weer) zullen betogen dat zij het recht
toepassen. Rekkelijken (over en weer) voelen zich beknot in hun
mogelijkheden de schade te regelen.
De vraag die ik voor zou willen leggen is of er inderdaad sprake
is van een verharding waardoor het harmoniemodel, waar door velen
hard aan gewerkt is, steeds meer op de achtergrond komt en we nu
een aantal stappen terug zetten.
Fred Zwarts