07 januari
Slachtoffer centraal?
Deze kreet is in geen enkel wetboek terug te vinden, het is niet
een juridische entiteit. Nou was letselschade dat op zichzelf
eigenlijk ook niet, ware het niet dat in juli van dit jaar de Wet
Deelgeschillen bij Letselschade en Overlijdensschade is ingevoerd.
Daarmee is het woord letselschade als juridische begrip in het
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering officieel ingevoerd. Zou
dat met de wanhoopskreet dat het slachtoffer centraal moet staan,
ook niet moeten gebeuren?
Want wat zegt ons de uitspraak dat het slachtoffer centraal
staat, anders dan dat er kennelijk groepen in de samenleving zijn
die vinden dat het slachtoffer centraal zou moeten staan? Wie
vinden dat dan en hoe doe je dat, een slachtoffer centraal stellen?
Of zeg je met z'n allen alleen maar dat je het vindt en doe je wat
anders? Volgt u mij nog?
In een ordentelijke samenleving als de onze volgens mij nog
steeds wel is, gaat wetgeving over het algemeen volgens een vast
stramien: de samenleving verandert en meerderheidsgroepen in de
democratie dwingen nieuwe wetgeving af. Datgene wat de maatschappij
al een tijdje vindt, heeft een grote kans om tot wet te worden
verheven. Zo is dat gegaan met de behoefte aan een nieuw instrument
voor met name letselschadezaken, zo zal dat hopelijk ook gaan met
het centraal stellen van het slachtoffer. Het slachtoffer moet
centraal worden gezet in het hele proces, bij alle betrokken
partijen. Bij verzekeraars, bij de rechterlijke macht en bij
belangenbehartigers. Dat moet in een wet worden vastgelegd, want
anders is het rechtens niet afdwingbaar en blijft het bij loze
beloften en goeie bedoelingen.
Want dat het nu nog een volstrekt loze kreet is, wordt mij
dagelijks duidelijk. Dat het slechts een wens is van allen aan de
zijde van de slachtoffers, eveneens. Niemand immers aan de kant van
verzekeraars zet het slachtoffer echt centraal. Het gaat
allemaal simpelweg om geld. En geld is tijd en tijd is geld en geld
is macht. Ik heb het nog niet eens over het op onjuiste gronden
afwijzen van schadevergoedingen, of al die andere zaken die het
leven van een letselschadeslachtoffer kunnen verzieken. Nee, ik
begin bij iets veel banalers: veel verzekeraars hebben anno
2010 hun zaakjes simpelweg niet op orde. Ik doel dan op de factoren
tijd en werkdruk. Termijnen van 6-12 weken voordat een simpele
brief wordt beantwoord, zijn tegenwoordig normaal. De werkdruk bij
veel verzekeraars en expertisebureaus is enorm en als het niet aan
de werkdruk bij de schadebehandelaar ligt, ligt het wel aan de
werkdruk van de medisch adviseur of expert . . . Schrijven helpt
niet, mailen evenmin. Bellen levert alleen nog maar meer frustratie
op, want je hoort gewoon dat de schadebehandelaar het veel te druk
heeft en moet wachten op het advies van de medisch adviseur.
Naar de rechter stappen is een optie, maar een kostbare en ook
tijdrovende. Inmiddels is het zover dat ik overweeg verzekeraars
zelf maar aansprakelijk te stellen omdat er onrechtmatig ten
opzichte van de slachtoffers gehandeld wordt door het niet
voldoende equiperen van de letselschade-afdelingen. Daardoor
ontstaat onaanvaardbare vertragingsschade, die mij inmiddels enkele
klanten heeft gekost. Die nemen mij niet meer serieus, omdat ik er
maar niet doorheen kom. Schadebehandelaars zijn laconiek en halen
hun schouders op: daar heb je Ridder weer met zijn gezeur dat het
sneller moet. Stuur maar een brief naar de directie . . . .
Moraal van dit verhaal? Verzekeraars, zet het slachtoffer eens
echt centraal en begin met het op orde brengen van de
letselschadeafdelingen. Voer een simpele regel in, namelijk dat
elke brief binnen drie weken moet worden beantwoord.
En geef de dames en heren op de letselschadeafdelingen de collega's
waar ze al zo vaak om gevraagd hebben. Dan kunnen ze de
toegezegde schadevergoedingen binnen een normale termijn van enkele
weken betalen en de snelheid in de afwikkeling vergroten. Daarmee
wordt en echt begin gemaakt met het centraal zetten van het
slachtoffer!
Tjip Ridder
Ridder Letselschade