Reglement op de behandeling van klachten en
geschillen
als bedoeld in artikel 18 van de statuten en artikel 13
van het huishoudelijk reglement van het Nederlands
Instituut van (letsel-/personen-)
Schaderegelaars (NIS) gevestigd te Amsterdam
Artikel 1 Behandeling door Het Bestuur van klachten en
geschillen
1.1. Een ieder kan uitsluitend schriftelijk een klacht of
een geschil indienen bij Het Bestuur van het NIS tegen een
schaderegelaar met betrekking tot een doen of nalaten van de
schaderegelaar in strijd met de statuten, reglementen, alsmede al
hetgeen overigens bij goede beroepsuitoefening door de
schaderegelaar betamelijk is.
1.2. Het Bestuur behandelt de klacht en/of het geschil en tracht
deze in der minne te regelen. Indien Het Bestuur hierin niet
slaagt, wordt de klacht en/of het geschil aan de klachten- en
geschillencommissie voorgelegd.
Artikel 2 Samenstelling, benoeming en taken
van de klachten en geschillencommissie
2.1. Het Bestuur benoemt een voorzitter en twee leden,
niet zijnde leden van het NIS, die mede op voordracht van de
voorzitter kunnen worden voorgedragen.
2.2. De commissie kan per te behandelen zaak worden aangevuld met
twee gewone leden.
2.2.1. Alle leden, waaronder de voorzitter behoren onpartijdig en
onafhankelijk te zijn. Geen der commissieleden mag nauwe
persoonlijke of zakelijke banden met één der partijen hebben. Een
commissielid behoort geen rechtstreeks persoonlijk of zakelijk
belang bij de afloop van het geding te hebben.
2.3. De leden van de klachten- en geschillencommissie worden
benoemd en ontslagen door Het Bestuur.
2.4. De volgorde van aftreden wordt geregeld in een rooster van
aftreden, vast te stellen door de klachten- en geschillencommissie
zelve. Een aftredend lid is terstond herbenoembaar, tenzij hij
reeds negen achtereenvolgende jaren zitting heeft gehad in deze
commissie.
2.5. In tussentijdse vacatures wordt binnen drie maanden voorzien
door Het Bestuur.
2.6. De klachten- en geschillencommissie functioneert autonoom en
is belast met:
2.6.1. de behandeling van en het doen van uitspraak op klachten met
betrekking tot het handelen of nalaten van schaderegelaars;
2.6.2. de beslechting van geschillen tussen schaderegelaars
onderling, voor zover de desbetreffende schaderegelaars de
klachten- en geschillencommissie daartoe aanwijzen;
2.6.3. het beslechten van geschillen tussen een derde en een lid
van het NIS op voorwaarde dat de derde instemt met beslechting door
de klachten- en geschillencommissie;
2.6.4. het beslechten van geschillen tussen een lid of een derde en
het NIS op voorwaarde dat de derde instemt met beslechting door de
klachten- en geschillencommissie;
2.6.5. het beroep als bedoeld in de artikelen 5.1.6 en 8.3 van de
statuten.
3. Gedragsregels commissieleden
3.1. Een commissie mag niet voorafgaand aan de behandeling
van de zaak zijn mening over de zaak aan één der partijen kenbaar
maken.
3.2. Het is de commissie noch één of meer zijner leden toegestaan
gedurende het geding contact met één der partijen te hebben omtrent
aangelegenheden die het geding betreffen, behoudens voorafgaande
toestemming van de overige partijen en de commissie.
Artikel 4 Geschillen
4.1. Geschillen als in artikelen 2.6.3. en 2.6.4. van dit
reglement genoemd, worden voorgelegd in de vorm van
arbitrage.
4.1.1. Aan arbitrage kunnen geen geschillen betreffende vorderingen
tot schadevergoeding worden onderworpen. Deze zijn voorbehouden aan
de gewone rechter.
4.1.2. Ingeval van een geschil in artikel 4.1. zorgt Het Bestuur
danwel zorgen partijen gezamenlijk voor schriftelijke indiening van
een omschrijving van het geschil bij het secretariaat van de
commissie.
4.1.3. Willen twee of meer partijen dat de commissie optreedt als
arbiter, dan dienen zij een door alle partijen ondertekende
overeenkomst tot arbitrage bij het secretariaat in te dienen.
4.1.4. De omschrijving of de overeenkomst als bedoeld in artikel
4.1.2. en 4.1.3. dienen ten minste naast de persoonsgegevens de
volgende gegevens te bevatten:
4.1.4.1. een korte omschrijving van het geschil;
4.1.4.2. een duidelijke omschrijving van de vordering;
4.1.4.3. de aanwijzing van de commissie tot arbiters;
4.1.4.4. regeling van de kosten.
4.2.1. Binnen vier weken na binnenkomst van de arbitrage-aanvraag
op het secretariaat aanvaardt de commissie zijn arbitrage-opdracht
schriftelijk.
4.2.2. Heeft de commissie redenen om de opdracht niet te
aanvaarden, dan maakt zij dat binnen diezelfde termijn schriftelijk
aan partijen kenbaar met opgave van redenen.
4.3.1. In de arbitrageprocedure wordt vervolgens, voorover
mogelijk, de hierna in de artikelen 7 tot en met 11 weergegeven
proceduregang gevolgd en wordt daarvan alleen afgeweken voorover de
wet zulks vereist.
4.3.2. Doen zich tijdens de procedure gebeurtenissen voor waarin de
artikelen 7 tot en met 11 niet voorzien, dan volgen de arbiters de
wettelijke regels met betrekking tot arbitrage, tenzij zij een
andere regeling prefereren en de wet hen zulks toelaat.
4.4. De eiser kan zijn arbitrage-aanvraag intrekken zolang de
verweerder geen verweerschrift heeft ingediend of, indien een
schriftelijke behandeling plaatsvindt, zolang geen zitting heeft
plaats gevonden.
Artikel 5 Procedure
5.1. De commissie houdt zitting, beraadslaagt en hoort
getuigen op een door de voorzitter aan te wijzen plaats.
5.2. De commissie ziet er op toe dat partijen op voet van
gelijkheid worden behandeld. Het geeft iedere partij de gelegenheid
voor haar rechten op te komen en haar stellingen voor te
dragen.
5.3. Met inachtneming van de bepalingen van dit reglement en de
omstandigheden van de arbitrage, bepaalt de commissie de wijze
waarop en de termijnen waarbinnen het geding gevoerd wordt.
5.4. De commissie ziet toe op een voortvarend verloop van de
procedure. Het is bevoegd in bijzongedeerde gevallen, op verzoek
van een partij of uit eigen beweging, een termijn te
verlengen.
5.5. Arbitrage bedoeld als in artikel 4 van dit reglement heeft tot
gevolg dat de gewone rechter onbevoegd wordt.
5.6. Iedere partij dient bij de behandeling van een klacht of een
geschil in persoon te verschijnen, maar kan zich te allen tijde
door een raadsman laten bijstaan, mits hij zulks tevoren
schriftelijk aan de commissie kenbaar heeft gemaakt.
5.7. Partijen zijn verplicht alle door de commissie gevraagde
inlichtingen en gegevens te verstrekken, doch uitsluitend voor
zover zij op de zaak betrekking hebben.Partijen zijn verplicht alle
op de zaak betrekking hebbende stukken, die zij onder hun berusting
hebben, aan de commissie te doen toekomen.
5.8. Zowel partijen zelf als hun raadslieden of gemachtigden worden
op hun verzoek door de secretaris van de commissie in de
gelegenheid gesteld op een door deze aan te geven plaats inzage van
de op de zaak betrekking hebbende stukken te nemen.
Artikel 6 Klachten en geschillen
6.1. De commissie zal tot behandeling van de klacht
overgaan nadat de klager een bedrag van tweehonderdvijftig gulden *
heeft voldaan op een door het secretariaat aan te wijzen rekening
en binnen een door deze te stellen termijn. * Dit bedrag kan
jaarlijks worden aangepast.
6.2. Wordt dit bedrag niet of niet tijdig ontvangen, dan wordt de
klacht als niet ingediend beschouwd.
6.3. Indien de klacht niet ontvankelijk danwel ongegrond wordt
verklaard, dan vervalt het door klager gestorte bedrag aan het
NIS.
Artikel 7 Verweerschrift
7.1. Binnen vier weken na ontvangst van het verzoek tot
behandeling van een klacht of geschil, dan wel binnen een door de
voorzitter te bepalen termijn, kan de verweerder een verweerschrift
bij het secretariaat indienen.
7.2. Het secretariaat zendt terstond kopieën van het verweerschrift
aan de verzoeker en de commissie.
Artikel 8 Toelichting
De commissie kan, indien de commissie dat wenselijk acht,
partijen in elke fase van het geding in de gelegenheid stellen een
verdere schriftelijke toelichting in te dienen.
Artikel 9 Mondelinge behandeling
9.1. De secretaris roept partijen op om in elkaars
aanwezigheid hun standpunten ter zitting mondeling toe te lichten,
tenzij de commissie daartoe geen aanleiding ziet.
9.2. De secretaris bepaalt in overleg met de commissie de dag, het
tijdstip en de plaats van de zitting. Het stelt partijen hiervan
schriftelijk in kennis met inachtneming van een redelijke termijn
voorafgaand aan die zitting. Hetzelfde geldt voor volgende
zittingen, die naar het oordeel van de commissie nodig zijn.
9.3. Bij geschillen kunnen partijen gezamenlijk van mondelinge
behandeling afzien.
Artikel 10 Bewijs
10.1. De toelaatbaarheid van bewijsmiddelen, de bewijslast
(verdeling) en de waardering van het bewijsmateriaal staan ter
vrije beoordeling van de commissie.
10.2. De schriftelijke toelichtingen van partijen gaan zoveel
mogelijk vergezeld van de schriftelijke bewijs stukken waarop
partijen zich beroepen.
10.3. De voorzitter en de commissie zijn bevoegd overlegging van
bepaalde door hen voor het geschil relevant geachte stukken te
bevelen.
Artikel 11 Getuigen
11.1. Indien de commissie het horen van één of meer
getuigen toelaat, bepaalt het de dag, het tijdstip en de plaats van
dit verhoor, alsmede de wijze waarop het verhoor zal geschieden. De
dag, het tijdstip en de plaats worden tijdig aan partijen
schriftelijk medegedeeld.
11.2. De namen van de getuigen die een partij wenst te doen horen,
worden tijdig aan de secretaris van de commissie, alsmede aan de
wederpartij medegedeeld, onder opgave van de onderwerpen waarover
de getuige zijn getuigenis zal afleggen.
11.3. De commissie beslist of en in welke vorm een verslag van het
verhoor wordt opgemaakt en of de getuige dit verslag dient te
ondertekenen.
11.4. De commissie is bevoegd een of meer leden van de commissie
aan te wijzen om de getuige (n) te horen. In dat geval dient te
allen tijde een verslag van het getuigenverhoor te worden opgemaakt
en door de getuige (n) te worden ondertekend.
11.5. Indien een partij getuigen doet verhoren, is zij verplicht de
door deze getuigen aan hun verhoor ter zitting verbonden kosten aan
hen te betalen. Indien de commissie een getuige doet horen, dan
komen de kosten voor rekening van het NIS. De commissie kan, indien
het daartoe termen aanwezig acht, de wederpartij veroordelen tot
betaling van deze kosten aan de partij die deze getuige deed
horen.
Artikel 12 Geen verweer, geen toelichting.
12.1. Blijft de verweerder in gebreke binnen de gestelde
termijn het verweerschrift in te dienen, zonder daartoe
schriftelijke redenen aan te voeren, dan kan de commissie aanstonds
uitspraak doen.
12.2. Bij deze uitspraak wordt de vordering geheel of gedeeltelijk
toegewezen, tenzij deze aan de commissie onrechtmatig of ongegrond
voorkomt. De commissie kan, alvorens uitspraak te wijzen, van de
verzoeker het bewijs van één of meer van zijn stellingen
verlangen.
12.3. Het bepaalde in het eerste en het tweede lid is van
overeenkomstige toepassing indien zitting, al dan niet voorafgegaan
door een wisseling van schriftelijke toelichtingen, plaatsvindt en
de verweerder, ofschoon behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting
verschijnt, zonder daartoe schriftelijk gegronde redenen aan te
voeren.
12.4. Indien de verzoeker binnen een door de commissie bepaalde
termijn in gebreke blijft zijn klacht of geschil overeenkomstig een
opdracht van de commissie naar behoren toe te lichten, zonder
daartoe gegronde redenen aan te voeren, dan kan de commissie de
klacht of het geschil als niet ingediend beschouwen, danwel bij
uitspraak een einde aan het geding maken.
12.5. De bepalingen van dit artikel zijn van overeenkomstige
toepassing op de tegenvordering.
Artikel 13 Termijn
13.1. De commissie doet, binnen uiterlijk zes weken na het
sluiten van het onderzoek, uitspraak.
13.2. Wordt de klacht gegrond geacht dan kunnen tegen de betrokken
schaderegelaar de volgende maatregelen worden getroffen:
13.2.1. waarschuwing;
13.2.2. berisping;
13.2.3. geldboete aan het NIS,
13.2.4. tijdelijke uitschrijving uit de ledenadministratie voor ten
hoogste een jaar;
13.2.5. definitieve uitschrijving uit de ledenadministratie;
13.2.6. publikatie van de maatregelen in het verenigingsblad;
13.2.7. afgezien van bovenstaande maatregelen kan de commissie aan
de meest gerede partij een kostenveroordeling opleggen.
13.3. De genomen maatregelen kunnen gecombineerd toegepast
worden.
Artikel 14 Besluitvorming
De commissie beslist met volstrekte meerderheid van
stemmen.
Artikel 15 Vorm en inhoud
15.1. De uitspraak wordt in viervoud op schrift gesteld en
door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.
In geval van arbitrage tekenen alle arbiters en de
secretaris.
15.2. De uitspraak omvat in elk geval:
15.2.1. de namen van de leden van de commissie;
15.2.2. de namen en woonplaatsen van partijen, alsmede, indien van
toepassing, de plaatsen van vestiging van partijen en de gegevens
in de ledenadministratie van het NIS;
15.2.3. een kort overzicht van de procedure;
15.2.4. een weergave van de klacht en of het geschil;
15.2.5. de gronden voor de in de uitspraak gegeven
beslissing;
15.2.6. de beslissing en de opgelegde maatregelen;
15.2.7. de datum en de plaats van de uitspraak.
Artikel 16 Verzending en neerlegging
16.1. Na ondertekening draagt de secretaris van de
commissie er zorg voor dat namens de commissie onverwijld een
exemplaar van de uitspraak aan iedere partij per aangetekende brief
wordt verzonden. Ingeval van arbitrage wordt door de secretaris
tevens een exemplaar gedeponeerd ter Griffie van de
Arrondissementsrechtbank als bedoeld in artikel 1058 lid 1 sub b
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
16.2. Een uitspraak van de commissie verkrijgt gezag van gewijsde
met ingang van de dag waarop het is gewezen.
16.3. Indien een klacht gegrond is bevonden of een geschil door de
commissie (al dan niet in arbitrage) is beslecht en de uitspraak in
kracht van gewijsde is gegaan, kan de commissie afhankelijk van de
omstandigheden van het geval de werkgever c.q. de opdrachtgever van
de betrokken schaderegelaar inlichten.
Artikel 17 Geheimhouding
Alle personen die in enige functie aan de behandeling van
een zaak deelnemen of hebben deelgenomen, zijn gehouden tot strikte
geheimhouding ten aanzien van de feiten waarvan zij als gevolg van
de deelname hebben kennisgenomen, behoudens de publikatie als
omschreven in artikel 13 van dit reglement.
Artikel 18 Onvoorziene gevallen
In alle gevallen die niet zijn voorzien in dit reglement,
dient te worden gehandeld overeenkomstig de geest van dit
reglement.
Artikel 19 Vergoedingsregelingen
19.1. De vergoedingsregelingen voor de leden van de
klachten- en geschillencommissie worden door Het Bestuur jaarlijks
vastgesteld.
Artikel 20 Uitsluiting van aansprakelijkheid
De vereniging, een bestuurslid in persoon, een lid van de
commissie, zijn niet aansprakelijk voor enig handelen of nalaten
met betrekking tot een procedure waarop dit reglement wordt
toegepast en de gevolgen daarvan.
Artikel 21 Gebondenheid
De schaderegelaars zijn gebonden aan de
geschillenbehandeling en klachtenbehandeling ingevolge dit
reglement.
Derden zijn daarentegen eerst gebonden zodra zij met de toepassing
van dit reglement instemmen. Zij worden geacht daarmee in te
stemmen zodra het reglement aan hen is toegezonden en zij de klacht
of het geschil handhaven.